Voorbeschouwing Tour de France - Etappe 16
Parcours

De enige individuele tijdrit van deze Tour de France is 26 kilometer lang en laat zich grofweg opdelen in drie gelijke delen: klimmen, dalen en vol gas over het vlakke.
Tussen Évian-les-Bains en Thonon-les-Bains wacht direct na het startschot de Côte de Larringes. De renners krijgen daarbij bijna tien kilometer klimmen voorgeschoteld aan een gemiddeld stijgingspercentage van 4,3 procent. Geen muur, maar wel een beklimming waarop de pure, wat zwaardere tijdritspecialisten direct op hun limiet zullen moeten rijden.
Vervolgens duikt het parcours naar beneden. Vooral in het tweede deel van de afdaling wordt het technisch, met meer bochten. Op de tijdritfiets, die minder wendbaar is dan een gewone wegfiets, zullen de stuurvaardigheid en het vertrouwen van de renners stevig op de proef worden gesteld.
Het slotstuk is grotendeels vlak, maar zeker niet volledig rechttoe rechtaan. In de straten van Thonon-les-Bains zorgen verschillende haakse bochten ervoor dat de grote motoren hun tempo regelmatig moeten onderbreken. Pas in de laatste drie kilometer kunnen de specialisten echt hun maximale vermogen aanspreken. Langs de oevers van het Meer van Genève loopt een snelle, relatief rechte aanloop naar de finish, waar de verschillen nog flink kunnen oplopen.
Favorieten
Sinds zijn olympische titel in Parijs heeft Remco Evenepoel slechts één tijdrit verloren. Dat was de klimtijdrit in de Tour de France van vorig jaar, daags voordat hij de wedstrijd verliet. Alle andere chronoritten schreef de 'Aerokogel van Schepdaal' op zijn naam. Het maakt hem ook morgen opnieuw dé topfavoriet voor de ritzege. Dankzij een aangepaste trainingsaanpak zou Evenepoel bovendien frisser aan de derde week moeten beginnen. Als zijn sterke optreden van afgelopen zondag een indicatie is, lijkt dat plan uitstekend uit te pakken.
Achter de Olympisch kampioen ontvouwt zich een interessante strijd om de ereplaatsen. Enerzijds zijn er de pure specialisten zoals Filippo Ganna en Josh Tarling, renners die vooral op vlakke tijdritten tot hun recht komen. Anderzijds zijn er de klassementsmannen, met namen als Tadej Pogačar, Paul Seixas en Juan Ayuso, die op het heuvelachtige parcours mogelijk een voordeel hebben dankzij hun klimvermogen.
Ook Thymen Arensman verdient een prominente vermelding. De Nederlander reed in de Giro een sterke tijdrit naar een tweede plaats en krijgt opnieuw een uitstekende kans om voor een toptienklassering of zelfs het podium van de daguitslag te gaan. Klassementsrenners als Isaac del Toro en Florian Lipowitz zijn eveneens vanzelfsprekende keuzes. Op een dag als deze telt elke seconde en zullen zij alles in het werk stellen om hun positie in het algemeen klassement te verstevigen.
Daarnaast zijn er enkele renners bij wie vooral de vraag speelt hoeveel belang ze aan deze tijdrit hechten. Mathieu van der Poel bijvoorbeeld. In de Ronde van Zwitserland moest hij in een vlakke tijdrit slechts vier honderdsten toegeven op Tadej Pogačar, wat nog maar eens zijn veelzijdigheid onderstreepte. Ook Brandon McNulty beschikt over uitstekende tijdritcapaciteiten, zoals hij onder meer bewees met zijn winst in de openingstijdrit van de Vuelta van 2024. Om hoge ogen te gooien in het ploegenklassement moet UAE met drie renners een hoge tijd noteren, en McNulty lijkt na Pogacar en Del Toro daar de aangewezen man voor.
Tot slot is Tobias Foss een interessante outsider. De Noor rijdt een opvallend sterke Tour de France en heeft als wereldkampioen tijdrijden van 2022 al bewezen over een indrukwekkend motorblok te beschikken. Als hij zijn huidige vorm weet door te trekken, kan hij ook morgen zomaar voor een verrassende uitslag zorgen.
⭐⭐⭐⭐ Evenepoel
⭐⭐⭐ Seixas, Pogacar
⭐⭐ Arensman, Ganna, McNulty
⭐ Ayuso, Plapp, Tarling, Van der Poel
