Voorbeschouwing Strade Bianche
Parcours
Aankomende zaterdag wordt de grens van 200 kilometer net overschreden wanneer de renners over de witte grindpaden rond Siena worden gestuurd. Verspreid over het hele parcours liggen de onverharde stroken, maar het zwaarste segment ligt op ruim tachtig kilometer van de finish: de Monte Sante Marie. Deze beruchte strook is 11,5 kilometer lang en bevat bovendien flink wat hoogtemeters, die mede ervoor zorgen dat de koers boven de 3500 hoogtemeters uitkomt.

Voor normale renners ligt deze Monte Sante Marie eigenlijk te ver van de finish om er een beslissende aanval te plaatsen. Toch is dit de afgelopen jaren telkens het moment geweest waarop de koers ontplofte. Mocht een renner zich hier nog niet weten los te maken, dan liggen er in de diepe finale nog genoeg lastige obstakels om het verschil te maken.
In de laatste vijftig kilometer bevinden de renners zich al op steenworp afstand van Siena, maar moeten eerst nog tweemaal de steile grindstroken van Colle Pinzuto (450 meter à 10,5%) en Le Tolfe (420 meter à 10,5%) bedwongen worden. De eerste passage ligt op ongeveer vijftig kilometer van de finish, de laatste op twintig kilometer.
Mocht het peloton toch gezamenlijk de smalle middeleeuwse straatjes van Siena bereiken, dan zorgt de Via Santa Caterina voor de beslissing. De gladde stenen liggen op een straat die tot wel 20% omhoog loopt. Eenmaal boven is het nog ongeveer tweehonderd meter in licht dalende lijn naar de finish op de Piazza del Campo.
Vorige edities
Zoals gezegd ontplofte de koers de laatste jaren vaak op de Monte Sante Marie, op zo’n tachtig kilometer van de finish. In 2025 was het niet Tadej Pogacar, maar de brutale Tom Pidcock die daar als eerste versnelde. De Sloveen sprong echter meteen in zijn wiel, waarna het tweetal aansloot bij Connor Swift, die vanuit de vroege vlucht verrassend lang standhield.
Na een op het oog zware valpartij wist Pogacar opnieuw de aansluiting te vinden bij eerst Swift en later ook Pidcock. Bij de tweede passage van Colle Pinzuto versnelde de wereldkampioen en had Pidcock geen antwoord meer.
De editie van 2025 was een stuk spannender dan die van 2024. Toen had niemand een antwoord op de solo van tachtig kilometer van Tadej Pogacar. In 2023 lagen de verschillen dichter bij elkaar en werd de aanval van Tom Pidcock op vijftig kilometer van de finish beloond met de overwinning. Ongeveer op hetzelfde moment waar Pogacar in 2022 zijn aanval plaatste en de basis legde voor zijn eerste zege in Strade Bianche.
Voor het recente tijdperk van lange solo’s bleven de favorieten vaak tot diep in de finale bij elkaar. Tijdens de editie van 2021 reden Julian Alaphilippe, Egan Bernal en Mathieu van der Poel bijvoorbeeld samen de laatste kilometer binnen. Een indrukwekkende punch van Van der Poel op de Via Santa Caterina bleek toen beslissend, vergelijkbaar met de manier waarop Wout van Aert in de Giro van 2025 de Strade-rit won door Isaac Del Toro in de slotmeters te verslaan.
| Editie | ||
| Strade Bianche 2026 | ||
| Strade Bianche 2025 | ||
| Strade Bianche 2024 | ||
| Strade Bianche 2023 | ||
| Strade Bianche 2022 | ||
| Strade Bianche 2021 | ||
| Strade Bianche 2020 |
Favorieten Strade Bianche
Voor je eerste kopman hoef je niet lang na te denken: dat wordt Tadej Pogacar. Daarachter wordt het een stuk spannender, want zowel Tom Pidcock, Isaac Del Toro als Paul Seixas kunnen het podium bestijgen.
Tom Pidcock lijkt, ondanks zijn matige optreden in Omloop Het Nieuwsblad, de meest veilige optie als tweede captain. De Brit werd al tweede in de gravelwedstrijd Clásica Jaén en was vorig jaar in Strade Bianche de beste renner in koers achter Pogacar. Ook toen kwam hij uit een niet al te sterke Omloop, waarin hij 38e werd.
Toch zou Isaac Del Toro misschien nog wel het meest kunnen profiteren van de dominantie van Pogacar. Als de wereldkampioen al vroeg solo voorop rijdt, zal de achtervolging door andere ploegen georganiseerd moeten worden en niet door zijn ploeggenoot Del Toro. Vorig jaar profiteerde Tim Wellens vanuit precies zo’n situatie en reed hij naar een knappe podiumplek.
Een scenario waarin Pogacar en Del Toro samen wegrijden en er een soort koppelkoers ontstaat, is ook niet ondenkbaar. Tijdens de Giro-rit op dezelfde wegen leek Del Toro bergop zelfs de sterkste van de kopgroep, al miste hij net de laatste versnelling om Wout van Aert te lossen.
Die taaiheid kan Wout Van Aert ook zaterdag weer van pas komen, wanneer hij voor het eerst sinds 2021 terugkeert in Strade Bianche. Zijn resultaten in deze koers zijn indrukwekkend: in vier deelnames eindigde hij nooit lager dan vierde. Tegelijkertijd lijkt de koers de afgelopen jaren wel steeds meer in het voordeel van klimmers te kantelen, en dan wegen zijn extra kilo's in het nadeel.
Misschien wel de meest verrassende uitdager is de jonge Fransman Paul Seixas. In het Franse openingsweekend reed hij de concurrentie onlangs op een hoop en finishte hij bijna twee minuten voor Matteo Jorgenson, Lenny Martinez en Jan Christen. Geen kleine namen in een heuvelwedstrijd. Ben Healy (vierde in Strade 2025) en Romain Grégoire (achtste in Strade 2023) verloren zelfs meer dan vijf minuten! Als er iemand met vorm naar Siena komt, is het Seixas wel. Daarmee is hij een uitstekende kandidaat als derde captain of zelfs als tweede mocht je echt willen toeslaan.
Mocht je met deze vijf namen nog geen volledige captainselectie hebben, dan zijn Ben Healy,Romain Grégoire, Matteo Jorgenson en Lennert Van Eetvelt eveneens sterke kandidaten voor een top tien notering. Pello Bilbao lijkt bovendien bijna een garantie op punten. In zijn laatste vier deelnames eindigde hij telkens in de top tien. De Spanjaard is juist een renner die lijkt te profiteren van de toegenomen hoogtemeters in de koers.
Odds Bookmakers - Strade Bianche 2026
| Renner | |||
| T. Pogacar | |||
| I. Del Toro | |||
| P. Seixas | |||
| T. Pidcock | |||
| W. van Aert | |||
| B. Healy | |||
| J. Christen | |||
| M. Jorgenson | |||
| R. Grégoire | |||
| L. Van Eetvelt | |||
| M. Mohoric |
