Hoe in te spelen op Parijs - Nice en Tirreno - Adriatico
De twee nieuwe koersen in het Klassiekerspel 2026 bieden je de kans om het verschil te maken. De zevende etappe van Parijs–Nice lijkt een prooi voor de klassementsmannen, terwijl de slotrit van Tirreno–Adriatico normaal gesproken in een massasprint wordt beslist. Extra plekjes inbouwen voor deze renners dus?
Parijs - Nice
De bergetappe in Parijs–Nice wordt doorgaans gewonnen door renners die een goed klassement nastreven in de grootste etappekoers van een week. Vorig jaar werd er, door de ingekorte etappe in slechte weersomstandigheden, van die traditie afgeweken: vijf vluchters pakten de eerste plekken, nog vóór favorieten als Matteo Jorgenson en João Almeida. In de edities daarvoor ging de winst op zaterdag wél naar de klassementsrenners.
Om maximaal toe te slaan lijkt het advies dus om klassementsrenners te selecteren. Gokken op vluchters terwijl de plekjes in je team al zo schaars zijn, raden wij ten strengste af. Het probleem is alleen: die klassementsrenners schitteren in afwezigheid tijdens het de andere koersen in het voorjaar. Jonas Vingegaard (1,0M) en João Almeida (1,0M) staan bijvoorbeeld niet aan de start van de heuvelklassiekers in april, omdat dit niet past binnen hun voorbereiding op de Giro, die begin mei start. Toch zullen zij tot de favorieten behoren voor deze etappe.
Parijs–Nice volledig negeren en hopen dat twintig nobody’s de punten verdelen kan ook. Maar daarmee loop je het risico dat je concurrenten op zaterdagmiddag zomaar 500 punten uitlopen als de favorieten wél toeslaan. Probeer zo’n gat dan nog maar eens te dichten, zeker wanneer de captains voor de grote monumenten relatief eenvoudig in te vullen zijn dankzij de aanwezigheid van Tadej Pogačar en Mathieu van der Poel.
Je kunt er ook voor kiezen je eieren over meerdere mandjes te verdelen en renners te selecteren die zowel Parijs–Nice als de heuvelklassiekers rijden. Mattias Skjelmose (1,5M) en Pavel Sivakov (1,0M) zijn dan interessante namen, al bestaat de kans dat zij in dienst rijden van hun kopmannen Juan Ayuso (1,5M) en João Almeida. Diezelfde Ayuso is overigens óók een aantrekkelijke optie, aangezien hij naast Parijs–Nice ook de Waalse Pijl en Luik–Bastenaken–Luik op zijn programma heeft staan.
Voor Ion Izagirre, Aurélien Paret-Peintre, Alex Baudin en Ewen Costiou geldt dat minder. Zij rijden minimaal drie heuvelklassiekers in april en zijn met hun prijs van 500K ideale opvullers. Het nadeel? Hun garantie op punten is een stuk kleiner wanneer de echte kleppers het gaspedaal opentrekken rond Nice. Van dit viertal is Paret-Peintre wellicht de interessantste optie; hij mikt al enkele jaren op een zo hoog mogelijke notering in de ‘Koers naar de Zon’.
Tirreno - Adriatico
Met Kuurne–Brussel–Kuurne, de Ronde van Brugge en de Scheldeprijs zijn er genoeg koersen die regelmatig in een massasprint eindigen. Nu ook de slotrit van Tirreno–Adriatico is toegevoegd, worden sprinters een tikkeltje interessanter. De beste sprinter die voorlopig op de startlijst staat, is Jonathan Milan (3,5M), die ook in andere klassiekers hoge ogen kan gooien.
Ook Paul Magnier (2,0M) is een welkome aanvulling op je captainselectie tijdens deze koers. Met twee overwinningen in de Algarve is hij het jaar begonnen zoals hij 2025 eindigde: ‘eentjes’ verzamelen op zijn wielercv.
Achter deze twee sprinters staat een grote groep renners klaar om te vechten voor het laatste podiumplekje. Arnaud De Lie (2,5M), Kaden Groves (1,5M) en Tobias Lund Andresen (1,0M) zijn daarvoor allemaal serieuze kandidaten. Voor De Lie is het een mooie bonus op zijn toch al volle voorjaar, terwijl het voor Groves een interessante toevoeging is op zijn eigen kansen én mogelijke teampunten. Als ploeggenoot van Mathieu van der Poel (en Jasper Philipsen) rijdt Groves namelijk Omloop Het Nieuwsblad, Milaan–Sanremo, de Ronde van Vlaanderen en Parijs–Roubaix. Precies de koersen waarin zijn kopmannen als favoriet gelden. Rijdt hij daarnaast ook zelf in de punten tijdens Tirreno én Dwars door Vlaanderen, dan is hij zijn prijskaartje meer dan waard.
Andere snelle mannen die kunnen meestrijden om de punten in de slotrit van de Tirreno zijn Danny van Poppel (1,0M), Madis Mihkels (750K) en Luca Mozzato (750K). Als joker kun je wellicht Bastien Tronchon (500K) noteren, die bij zijn nieuwe ploeg Groupama–FDJ een van de speerpunten van het klassieke voorjaar moet worden. Mooi meegenomen: in weeklange rittenkoersen is hij niet vies van een sprintje op de streep.
